Menu
03 230 03 33

Samen Aartselaar ontdekken

Aartselaar, september 2016: anderstalige en Nederlandstalige deelnemers starten met Babbelplus. Een jaar lang gaan ze samen op ontdekking in hun gemeente. Juni 2017: er is een hechte groep ontstaan. De anderstaligen voelen zich nu thuis in hun gemeente.

Babbelplus werkt

Nieuwkomers vinden moeilijk hun weg in de gemeente, ondanks de goede inspanningen die de gemeente al onderneemt. In Babbelplus verkennen anderstalige en Nederlandstalige inwoners samen hun gemeente en het vrijetijdsaanbod. Door samen op bezoek te gaan, verlagen de drempels.

  • Anderstalige deelnemers zetten de stap naar participatie aan het (vrijetijds)aanbod in hun gemeente, samen met Nederlandstalige inwoners.
  • De deelnemers ontdekken, over de verschillen heen, gelijke interesses en vaardigheden. Zo ontstaat meer openheid en wederzijds respect.
  • Anderstalige deelnemers overwinnen hun ‘spreekangst’ en leren beter Nederlands spreken.
  • Nederlandstalige deelnemers leren beter communiceren met anderstaligen.

De start in Aartselaar

In vergelijking met Schoten en Zwijndrecht waar Babbelplus al een aantal jaren loopt, verliep de opstart van het traject in Aartselaar wat moeizamer: we vonden weinig Nederlandstalige deelnemers. Misschien omdat er veel jonge gezinnen in Aartselaar wonen? In de loop van het project zijn er wel steeds meer Nederlandstaligen bij gekomen.

We vroegen alle deelnemers naar hun interesses, talenten en vaardigheden. Dat was al een eerste oefening om Nederlands te praten. Tegelijkertijd was het een goede kennismaking op basis van wat de deelnemers gemeenschappelijk hebben met elkaar. Dit staat centraal, eerder dan de verschillen van cultuur, afkomst, religie, …

Op fototrektocht

Op basis van gedeelde interesses gaan de deelnemers op uitstap en maken ze foto’s van de gemeente: haar instellingen en diensten, organisaties en verenigingen. Die foto’s zijn dan weer gesprekstof voor de volgende praatsessie. Zo leren de deelnemers niet alleen de gemeente beter kennen, de anderstalige deelnemers overwinnen ook hun spreekangst.

De resultaten van deze uitstappen kun je nog zien in de bibliotheek van Aartselaar. Tot 30 juni hangt daar een expositie met foto’s van de deelnemers.

Wat vonden de anderstalige deelnemers ervan?

Ferenc: “Babbelplus helpt om Nederlands te oefenen. Toen ik pas begon, begreep ik er nog niets van. Dat gaat nu al beter.”

Celene: “Ik heb nu contact met andere mensen. Ik kende niemand in Aartselaar voor Babbelplus.”

Labeeb: “Babbelplus is heel belangrijk voor ons. Het is echt praten. Ik heb veel woorden geleerd en hoe je de zinnen moet zeggen.”

Suzan: “Iedere organisatie heeft veel uitleg gegeven. Mijn Nederlandse woordenschat is verbeterd omdat ik veel nieuwe woorden heb gehoord. Vroeger waren we nieuw in Aartselaar en durfde ik niet veel te spreken met mensen. Nu kan ik veel beter de woorden vinden."

Melinda: “We praten over onze interesses, wat we leuk en minder leuk vinden. Ik kan nu het infoblad goed lezen en begrijp het programma in Aartselaar.”

De deelnemers gaan zelf verder

De deelnemers aan Babbelplus zijn nu een hechte groep geworden. De anderstalige deelnemers geven aan dat hun Nederlands verbeterd is en dat hun ‘spreekangst’ verminderd is. Ze hebben meer sociale contacten in hun eigen gemeente en dat niet alleen binnen de Babbelplusgroep.

En ze willen meer! In de zomermaanden willen ze verder met elkaar afspreken en ze gaan een WhatsApp groep starten om met elkaar in contact te blijven. Een OCMW-medewerkster die de groep vanaf het begin actief volgt, centraliseert zomerse afspraken van de groep.